Vastzetten van het grote teengewricht (MTP-I artrodese)

Toegepast bij matige tot ernstige hallux valgus

MTP-I artrodese is de meest toegepaste operatie bij een matige tot ernstige hallux valgus, wanneer het teengewricht ook versleten is (hallux rigidus). Indien nodig kunnen tijdens dezelfde operatie ook hamertenen worden gecorrigeerd.

Het grootste nadeel van deze operatie is dat de grote teen niet meer kan bewegen in het gewricht met het eerste middenvoetsbeentje. Hierdoor wordt het veel lastiger voor vrouwen om hoge hakken te dragen. Een hakhoogte van 4 a 5 cm is ongeveer het maximum na de operatie. Wel blijft er bewegelijkheid in het gewrichtje tussen de twee kootjes van de grote teen. Veel mensen zijn na deze operatie daarom wel weer in staat om de vroegere sportactiviteiten te hervatten.

Lees meer over MTP-I artrodese

Na de operatie

De huid wordt gehecht en er wordt een tijdelijk drukverband aangelegd. Een week later krijgt u een onderbeen loopgips. Dit gips zit tot onder de knie. Dit gips mag u gewoon belasten bij het lopen. In het totaal loopt u zes weken met het gips. Dus zeven weken na de operatie wordt het gips verwijderd, en wordt een röntgenfoto van uw voet gemaakt. Als de grote teen goed is vastgegroeid op de röntgenfoto, kunt u gaan lopen in een wijde schoen.

Voor en na een MTP-I artrodese

Voor en na een MTP I artrodese, bij deze operatie zijn ook de gewrichtjes van het tweede en derde middenvoetsbeentjes weer in de kom gezet. Doordat de tenen nu weer recht staan, wordt de voet door deze ingreep wel langer. Soms betekent dit dat er na de operatie een grotere schoenmaat nodig is.