Opereren bij artrose aan het talo-naviculaire gewricht

Wanneer niet-operatieve behandelingen niet meer helpen

Bij deze operatie wordt het scheepsvormig been aan het sprongbeen vastgezet, de zogenaamde talo-naviculaire artrodese. De twee botten groeien aan elkaar en het gewricht kan niet meer bewegen. De operatie duurt ongeveer een uur en vindt plaats onder complete narcose of onder verdoving met een ruggenprik.

Er wordt een snee in de huid gemaakt aan de buitenzijde van de enkel. De resten van het kraakbeen van het gewricht worden helemaal weggehaald. Daarna zet de specialist de botten met één of twee schroeven stevig aan elkaar vast. Als door de artrose al veel bot is weggesleten, is soms een bottransplantatie nodig. Uw specialist zal waarschijnlijk een stukje van uw eigen bot gebruiken, meestal uit uw onderbeen, hielbeen of bekken.

Op de röntgenfoto's ziet u dat het sprongbeen met drie schoeven aan de talus is vastgezet.

Over het algemeen is het vastzetten van het talo-naviculaire gewricht een succesvolle operatie. Na de operatie heeft u veel minder pijn. Het talo-naviculaire zit nu vast en daardoor kunt u de achtervoet iets minder naar links en naar rechts kantelen. Dat kan wat lastig zijn bij het lopen op hobbelig terrein (bos, strand). U moet dan goed opletten hoe u uw voet neerzet. De meeste mensen konden echter al voor de operatie hun voet niet goed meer kantelen door de artrose.

U kunt de voet nog wel naar boven en beneden buigen (de beweging die u maakt bij het lopen en afzetten).