Herstellen van de operatie

Gipsperiode

Als de achillespees is verlengd, krijgt het kind 4 tot 6 weken een onderbeensgips. Zo’n gips gaat van de tenen tot de knie. Hierbij wordt de voet in een bepaalde stand gezet. De voet(en) moeten de eerste 3 dagen goed hoog worden gehouden om de zwelling zoveel mogelijk tegen te gaan. Als het kind met een minimaal invasieve techniek is geopereerd mag het gips meteen belast worden. Bij een ‘open’ operatietechniek (via een huidsnede) mag het kind pas na 2 weken op het gips staan.

Als de stand van de voet direct na de operatie nog niet optimaal is wordt er na de eerste 2 weken wekelijks gips gewisseld en wordt iedere keer geprobeerd de stand iets meer te verbeteren.

Kracht in de kuitspieren

Nadat het gips is verwijderd, heeft het kind veel minder kracht in de kuitspieren waardoor het niet goed op de tenen kan staan. Het kind loopt daarom met de hele voet op de grond. In de loop van de maanden zal de kracht van de kuitspieren weer toenemen. Ongeveer een jaar na de operatie hebben de kuitspieren hun oude kracht weer terug.

Controles

De kinderen worden tot 1 a 2 jaar na de operatie door hun arts gecontroleerd om onderzoeken of het kind normaal blijft lopen. Vooral bij kinderen die nog groeien (met name kinderen onder de 7 jaar) en spastische kinderen is er een kans dat de kuitspier opnieuw te kort wordt. Daarom hebben deze kinderen een nachtspalk en rekoefeningen nodig om de goede stand te behouden.

Effect van de operatie

Bij de kinderen die zonder neurologische oorzaak op de tenenlopen, is een operatie in 65-75% succesvol. Bij kinderen met spasticiteit zijn de resultaten van een operatie veel onvoorspelbaarder. Kinderen met spasticiteit of een andere neurologische oorzaak gebruiken vaak tijdens het lopen een brace om de voet in de goede stand te houden.