Lichamelijk onderzoek bij tenenlopen

Wel of geen idiopathische tenengang

Uw arts onderzoekt het looppatroon van uw kind en onderzoekt de rug, heupen en knieën. Hij kijkt of er een beenlengteverschil is, of de spierontwikkeling normaal is, of er verkorte kuitspieren zijn of voet- en enkelafwijkingen. Als het hele lichamelijke onderzoek normaal is en de arts geen oorzaak vindt voor het tenenlopen behalve dat de kuitspieren iets verkort kunnen zijn, stelt hij de diagnose ‘idiopathische tenengang’, dit betekent zonder bekende of duidelijke oorzaak.

Belangrijk is om te zien of het kind met beide voeten op de tenen loopt of met één voet. Als uw kind met één voet op de tenen loopt, kan de diagnose idiopathisch NIET worden gesteld en is verder onderzoek noodzakelijk.

Onderzoek op de podobaroscoop

Voorbeeld van een idiopathische tenenloper die een operatie nodig had om zijn voeten weer plat op de grond te krijgen.