Behandelingen met operatie

Operatieve behandeling van voetwortelartrose

Wanneer een niet-operatieve behandeling niet helpt, kan een operatie nodig zijn. De keuze om wel of niet te opereren hangt af van het soort artrose, hoe het gewricht eraan toe is en de plek van de artrose.

Bij een operatieve behandeling van voetwortelartrose worden (een deel van) de voetwortelgewrichtjes vastgezet. Dit heet een artrodese of fusie. Het kraakbeen wordt uit het gewricht gehaald en de botten worden tegen elkaar geplaatst en vastgezet totdat de botten aan elkaar gegroeid zijn. Voor het vastzetten plaatjes en schroeven gebruikt. De gewrichtjes van de middelste 3 middenvoetswortelbeentjes kunnen op deze manier worden vastgezet. Soms is ook een bottransplantatie nodig zijn. Er wordt dan een stukje bot uit het onderbeen, de hiel of het bekken gehaald om extra bot bij het operatiegebied te leggen. Dit stimuleert de botgenezing.

Na de operatie mag de voet vaak wekenlang niet belast worden, hetgeen soms erg lastig is voor de oudere patiënt.

Als de slijtage zich ook bevindt in de twee buitenste middenvoetswortelbeentjes, is de situatie iets ingewikkelder. Deze gewrichtjes zijn van nature veel bewegelijker dan de drie middelste middenvoetswortelbeentjes. Indien twee buitenste middenvoetswortelbeentjes worden vastgezet, kan dit een negatief effect hebben op het lopen en kan het tevens pijnklachten elders in de voet veroorzaken. Het wordt daarom over het algemeen afgeraden om de twee buitenste middenvoetswortelbeentjes vast te zetten.

In de afbeeldingen hieronder ziet u voorbeelden waarbij de middelste 3 middenvoetswortelbeentjes operatief zijn vastgezet.

Operatieve behandeling van voetwortelartrose
Artrodese of fusie; met plaatjes en/of schroeven wordt het gewricht vastgezet.

Operatieve behandeling van voetwortelartrose
Röntgenfoto na een artrodese, op de foto zijn de schroeven zichtbaar.