Hoe herkent de specialist dikke voeten en enkels?

Anamnese en lichamelijk onderzoek

Uw arts vraagt uitvoerig naar de aard van uw klachten, uw gezondheidstoestand en medicijngebruik. Het moment dat de zwelling is ontstaan is belangrijk, hoe lang de zwelling inmiddels al bestaat en de pijn en beperkingen die u ondervindt door de zwelling.

Ook zal de arts een lichamelijk onderzoek doen. Bij lichamelijk onderzoek wordt duidelijk of er sprake is van een gezwollen gewricht of van zwelling van de (onder)huid.

Een kuiltje drukken

Door met de vinger druk uit te oefenen de huid, kan uw arts beoordelen wat voor soort oedeem u heeft. Als er een kuiltje in de huid te drukken is dat enkele seconden blijft staan, is er sprake van ‘pitting oedeem’. Dit kan ook te zien zijn bij het dragen van strakke kleding of door de rand van een sok. Pitting oedeem ontstaat doordat vloeistof uit de heel kleine bloedvaatjes (haarvaten) in het onderhuidse weefsel lekt. Bij ‘non-pitting’ oedeem keert de huid terug naar de gezwollen vorm zodra de druk verwijderd is. Bij non-pitting oedeem is de lymfedrainage verstoord, deze vorm van oedeem is zeldzaam.

 

Met een vinger drukt men op de huid
Wanneer een kuiltje blijft staan is sprake van pitting oedeem
Met een vinger drukt men op de huid Wanneer een kuiltje blijft staan is sprake van pitting oedeem

Zwelling door gewrichtsvocht

Indien de zwelling ontstaat door te veel gewrichtsvocht in het gewricht zal de bewegingsmogelijkheid in dat gewricht veelal fors (pijnlijk) beperkt zijn. Soms zal uw arts wat vocht uit het gewricht wegzuigen met een naald. Dit vocht kan worden onderzocht, bijvoorbeeld op jicht of de aanwezigheid van bacteriën.