Stijve grote teen tijdens lopen door een strakke buigpees

Een te strakke buigpees kan de grote teen tijdens lopen minder goed omhoog laten bewegen, terwijl de teen in rust vaak nog redelijk soepel beweegt.

Waarom is mijn grote teen stijf tijdens het lopen?

Komt uw grote teen tijdens het lopen niet goed omhoog, terwijl de teen in rust nog wel redelijk soepel beweegt? Dan kan er sprake zijn van een functionele hallux limitus. Daarbij is de beweging van de grote teen vooral beperkt wanneer u op de voet staat of wanneer u afzet tijdens het lopen.

Stijve grote teen tijdens lopen door een strakke buigpees

Wat is een te strakke buigpees van de grote teen?

De grote teen heeft een lange buigpees. Deze pees wordt de flexor hallucis longus genoemd. De pees loopt vanuit de kuit, langs de binnenzijde van de enkel, naar de onderkant van de grote teen. Rond de enkel maakt deze pees een bocht en moet hij goed kunnen glijden.

Wanneer deze buigpees te veel spanning heeft of minder soepel glijdt, kan de grote teen tijdens staan en lopen minder goed omhoog bewegen. Dat merkt u vooral bij het afwikkelen van de voet, bijvoorbeeld wanneer u een stap maakt, traploopt of stevig afzet.

Waarom beweegt de teen in rust vaak beter?

Bij functionele hallux limitus is de grote teen niet altijd echt vast of versleten. In rust, bijvoorbeeld wanneer u zit en de voet ontspannen hangt, kan de teen vaak nog goed omhoog bewegen. Onder belasting verandert de stand van de voet en komt er meer spanning op de buigpees. Daardoor kan de teen tijdens lopen toch blokkeren of stijf aanvoelen.

Wat kunt u merken bij het lopen?

U kunt merken dat de afwikkeling van de voet minder soepel gaat. Soms ontstaat er pijn rond de grote teen, onder de voorvoet of elders in de voet doordat u anders gaat lopen. Niet iedereen voelt de klacht precies op dezelfde plek. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de grote teen zelf te kijken, maar ook naar de manier waarop de voet beweegt tijdens staan en lopen.

Een podoloog kan onderzoeken of de bewegingsbeperking vooral ontstaat door belasting, door spanning op de lange buigpees of door een andere oorzaak, zoals slijtage van het gewricht van de grote teen. Zo kan beter worden bepaald welke behandeling of aanpassing zinvol is.

Wat doet de lange buigpees van de grote teen?

De grote teen speelt een belangrijke rol bij het afwikkelen van de voet tijdens het lopen. Om die beweging goed te kunnen maken, werken spieren, pezen en gewrichten nauw met elkaar samen. Eén van de belangrijke structuren daarbij is de lange buigpees van de grote teen.

Deze pees hoort bij een spier in de kuit: de flexor hallucis longus. Dat betekent letterlijk: de lange buigspier van de grote teen. De spier begint in de kuit en gaat bij de enkel over in een pees. Die pees loopt achter de binnenenkel langs, volgt de voetboog en hecht uiteindelijk aan de onderzijde van het laatste kootje van de grote teen.

Bij de overgang van het onderbeen naar de voet maakt deze lange buigpees een scherpe bocht. Wanneer u zit en uw voet ontspannen naar beneden hangt, staat er relatief weinig spanning op de pees. Maar zodra u staat of loopt, verandert de stand van de voet en neemt de spanning op de pees toe.

Lange buigpees van de grote teen

De lange buigspier van de grote teen loopt vanuit de kuit achter de binnenenkel langs naar de grote teen.

Waarom moet de grote teen omhoog kunnen tijdens het lopen?

Tijdens het lopen landt u meestal eerst op de hiel. Daarna komt de voet platter op de grond en verplaatst het lichaamsgewicht zich naar voren. Aan het einde van de stap komt de hiel omhoog en wikkelt de voet af over de voorvoet en de grote teen.

Voor die afwikkeling moet de grote teen voldoende omhoog kunnen bewegen. Die beweging heet dorsaalflexie van het grote teengewricht. Als deze beweging goed verloopt, kan de voet soepel over de grote teen afrollen en kunt u krachtig en efficiënt afzetten.

Wanneer de grote teen onvoldoende omhoog komt, kan de normale afwikkeling van de voet moeilijker worden. Dat kan komen door slijtage of stijfheid van het grote teengewricht, maar soms speelt vooral de spanning of glijbeperking van de lange buigpees een rol.

Wat gebeurt er bij functionele hallux limitus?

Bij functionele hallux limitus lijkt de grote teen in rust vaak nog redelijk goed te bewegen. Het probleem ontstaat vooral wanneer de voet wordt belast, bijvoorbeeld tijdens staan, lopen of afzetten. Dan kan de grote teen minder goed omhoog bewegen dan nodig is.

Als de voet niet goed over de grote teen kan afwikkelen, zoekt het lichaam vaak een andere route. Sommige mensen gaan daardoor meer over de buitenkant van de voet lopen. Dat kan invloed hebben op het looppatroon en kan klachten geven aan de voorvoet, de buitenzijde van de enkel, de hiel, knie of heup. Niet iedereen krijgt dezelfde klachten; dit hangt af van de oorzaak en van de manier waarop iemand compenseert.

Waarom kan de lange buigpees te strak staan?

De lange buigpees moet bij elke stap soepel kunnen glijden. Dat gebeurt onder andere achter de binnenzijde van de enkel, waar de pees door een nauwere doorgang loopt en een scherpe bocht maakt. Als de pees daar minder vrij kan bewegen, kan er extra spanning ontstaan.

Wanneer de pees onvoldoende glijdt, kan dit de beweging van de grote teen tijdens staan en lopen beperken. De teen kan dan in rust nog soepel lijken, terwijl hij onder belasting blokkeert of stijf aanvoelt. Dat past bij het beeld van functionele hallux limitus.

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom de lange buigpees minder goed glijdt of te veel spanning krijgt. Die oorzaken worden in het volgende onderdeel uitgelegd.

Lange buigpees achter de binnenzijde van de enkel

De lange buigpees moet tijdens het bewegen van de grote teen soepel langs de achterzijde van de enkel kunnen glijden.

Voorbeeld van een functionele hallux limitus

In de video ziet u een voorbeeld van functionele hallux limitus. Wanneer de voet wordt belast, lijkt de grote teen aan de buitenkant wel omhoog te gaan, maar beweegt het grote teengewricht zelf onvoldoende mee. Daardoor kan de voet niet goed over de grote teen afwikkelen.

Hoe ontstaat een te strakke buigpees van de grote teen?

De lange buigpees van de grote teen loopt achter de binnenzijde van de enkel door een nauwe doorgang. In die doorgang moet de pees bij elke stap soepel heen en weer kunnen glijden. Als de pees te dik is, als de doorgang te nauw is of als de bouw van de enkel anders is, kan deze beweging stroever worden.

Wanneer de buigpees minder goed glijdt, kan er meer spanning op de grote teen komen. Daardoor kan de grote teen tijdens lopen of afzetten minder goed omhoog bewegen. Dit kan passen bij functionele hallux limitus, vooral wanneer de teen in rust nog wel redelijk beweegt maar onder belasting stijver aanvoelt.

Mogelijke oorzaken van een strakke buigpees

Een verdikte buigpees

Bij sommige mensen is de lange buigpees van de grote teen van nature wat dikker. Ook kan er dicht bij de tunnel nog wat spierweefsel aan de pees vastzitten. Daardoor past de pees minder gemakkelijk door de nauwe doorgang achter in de enkel.

De pees kan ook dikker worden door langdurige belasting of irritatie. Dit kan bijvoorbeeld een rol spelen bij mensen die veel sporten of bij wie de voetboog meer doorzakt. Bij een plattere voet kan de lange buigpees meer op rek komen tijdens staan en lopen. Na verloop van tijd kan dat bijdragen aan irritatie, verdikking of minder soepel glijden van de pees.

Wanneer een verdikte buigpees klachten geeft, ontstaan die vaak geleidelijk. Mensen merken dan bijvoorbeeld dat de grote teen tijdens het afwikkelen stijver aanvoelt of dat er pijn rond de binnenzijde of achterzijde van de enkel ontstaat.

Een nauwe doorgang achter in de enkel

De lange buigpees loopt achter in de enkel door een soort tunnel. Bij sommige mensen is deze doorgang van nature smal. Als er weinig ruimte is, kan de pees moeilijker heen en weer bewegen.

Door die stroeve beweging kan irritatie ontstaan rond de pees. Soms ontstaat er wat vocht of littekenweefsel, waardoor de pees nóg minder vrij kan glijden. De klachten kunnen daardoor langzaam toenemen.

Een andere bouw van de voet of enkel

Niet iedereen heeft precies dezelfde bouw van de voeten en enkels. Kleine verschillen zijn normaal en geven meestal geen klachten. Soms kan een anatomische variant er wel voor zorgen dat de lange buigpees minder gemakkelijk langs de achterkant van de enkel beweegt.

Een voorbeeld is een extra of dubbele aanleg van de buigpees. Dan moeten er als het ware meer structuren door dezelfde nauwe ruimte bewegen. Ook de vorm van de botten rond de enkel kan invloed hebben op de route van de pees. Als de pees een langere of scherpere bocht moet maken, kan dat het glijden bemoeilijken.

Anatomische bouw rond de lange buigpees van de grote teen

De bouw van de botten aan de achterzijde van de enkel kan invloed hebben op de route en de bewegingsruimte van de lange buigpees.

Veranderingen na een breuk of botfragment

Een eerdere breuk rond de enkel kan de vorm van het bot of de ruimte rond de pees veranderen. Daardoor kan de lange buigpees minder soepel door de tunnel bewegen. Ook littekenweefsel na een blessure kan hierbij een rol spelen.

Bij dansers, turners of sporters die de voet vaak ver naar beneden strekken, kan soms een klein botje of botfragment achter in de enkel klachten geven. Dit wordt ook wel een os trigonum genoemd. Als hier irritatie of littekenvorming ontstaat, kan de lange buigpees van de grote teen minder vrij bewegen.

Waarom is dit belangrijk bij een stijve grote teen?

Als de lange buigpees niet goed glijdt, kan dat de beweging van de grote teen tijdens lopen beïnvloeden. De teen kan dan vooral onder belasting stijf aanvoelen, terwijl de beweging in rust nog redelijk lijkt. Een podotherapeut kan onderzoeken of de beperking van de grote teen te maken heeft met de buigpees, met de stand en functie van de voet, of met een andere oorzaak zoals slijtage van het grote teengewricht.

Welke klachten kan een te strakke buigpees van de grote teen geven?

Een te strakke of minder goed glijdende buigpees van de grote teen kan op verschillende plekken klachten geven. Dat komt doordat de grote teen tijdens het lopen voldoende omhoog moet kunnen bewegen. Als die beweging onder belasting wordt geremd, kan de voet minder soepel afwikkelen.

Het lichaam probeert dit vaak automatisch te compenseren. Iemand kan bijvoorbeeld meer over de buitenkant van de voet gaan lopen, de enkel anders belasten of de knie en heup iets anders gebruiken. Daardoor zit de pijn niet altijd precies bij de grote teen. Soms ontstaan klachten juist in de voorvoet, enkel, hiel of verderop in het been.

Waarom zijn de klachten soms lastig te herkennen?

Bij functionele hallux limitus beweegt de grote teen in rust vaak nog redelijk goed. De beperking ontstaat vooral wanneer u staat, loopt of afzet. Daardoor kan het onderzoek op het eerste gezicht normaal lijken, terwijl de grote teen tijdens het lopen toch onvoldoende meebeweegt.

Ook kunnen de klachten verspreid zijn. De één voelt vooral pijn aan de grote teen, terwijl een ander meer last heeft van de bal van de voet, de buitenzijde van de enkel of hielpijn zonder duidelijke oorzaak. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de pijnplek te kijken, maar ook naar de manier waarop de voet afwikkelt tijdens het lopen.

Verschil in looppatroon bij een functionele hallux limitus

Bij een functionele hallux limitus kan de beperkte beweging van de grote teen invloed hebben op de manier waarop de voet en het onderlichaam tijdens het lopen bewegen.

Mogelijke klachten bij een te strakke buigpees

Deze klachten hoeven niet allemaal tegelijk aanwezig te zijn. Een te strakke buigpees is ook niet bij iedereen de enige oorzaak. De klachten moeten altijd worden beoordeeld samen met de stand van de voet, de beweeglijkheid van de grote teen, het looppatroon en eventueel aanvullend onderzoek.

Pijn aan de grote teen

Bij elke stap moet de grote teen omhoog kunnen bewegen. Dit is nodig om de voet goed over de grote teen af te wikkelen. Als de lange buigpees onder spanning staat of minder goed glijdt, kan die beweging geremd worden zodra er gewicht op de voet komt.

Daardoor kan het grote teengewricht geïrriteerd raken. Sommige mensen krijgen pijn bij het afzetten, traplopen, hurken of wandelen. Op langere termijn kan aanhoudende overbelasting mogelijk bijdragen aan slijtage van het grote teengewricht, maar dat verschilt per persoon en hangt ook van andere factoren af.

Pijnlijke sesambeentjes

Onder het grote teengewricht liggen twee kleine botjes: de sesambeentjes. Ze helpen bij de afwikkeling van de voet en werken als een soort katrol voor de pezen rond de grote teen.

Als de lange buigpees te veel spanning geeft, kunnen de sesambeentjes extra belast raken. Dat kan pijn onder het grote teengewricht geven, vooral bij lopen, sporten, afzetten of staan op de voorvoet. Soms is er sprake van irritatie of ontsteking van de sesambeentjes.

Pijn aan de voorvoet

Wanneer de grote teen niet goed omhoog kan bewegen, kan iemand ongemerkt anders gaan afwikkelen. Vaak wordt er dan meer druk gezet op de buitenzijde van de voorvoet of op de kleinere tenen.

Dit kan klachten geven zoals pijn onder de bal van de voet, irritatie aan de buitenzijde van de voorvoet, een bunionette, eeltvorming of overbelasting van de kleinere teengewrichten. Bij sommige mensen ontstaan of verergeren hierdoor hamer- of klauwtenen.

Pijn aan de buitenzijde van de enkel

Een beperkte afwikkeling over de grote teen kan ervoor zorgen dat de voet meer naar buiten afwikkelt. Daardoor neemt de belasting aan de buitenzijde van de voet en enkel toe.

Klachten kunnen dan ontstaan rond de buitenenkel of rond de pezen aan de buitenzijde van de enkel, de peroneuspezen. Dit voelt vaak als zeurende pijn, irritatie of vermoeidheid aan de buitenkant van de enkel tijdens wandelen of sporten.

Meer over klachten van de peroneuspezen

Via de onderstaande knop leest u meer over klachten van de pezen aan de buitenzijde van de enkel.

Lees meer

Tintelingen of branderige pijn door zenuwirritatie

Aan de binnenzijde van de enkel loopt een belangrijke zenuw dicht langs de lange buigpees van de grote teen. Als er rond de pees zwelling, vocht of littekenweefsel ontstaat, kan er meer druk op deze zenuw komen.

Wanneer deze zenuw geïrriteerd raakt, kunnen klachten ontstaan zoals tintelingen, branderige pijn, een doof gevoel of uitstralende pijn naar de voetzool, hiel of tenen. Als de zenuw in de tunnel aan de binnenzijde van de enkel bekneld raakt, wordt dit een tarsaal-tunnelsyndroom genoemd.

Hielpijn zonder duidelijke oorzaak

Niet alle hielpijn wordt veroorzaakt door hielspoor of irritatie van de peesplaat onder de voet. Als onderzoek of behandeling van hielpijn geen duidelijke verklaring geeft, kan het zinvol zijn om ook naar de functie van de grote teen en de lange buigpees te kijken.

Bij sommige mensen kan irritatie rond de lange buigpees bijdragen aan druk op zenuwtakken die richting de hiel lopen. Dat kan hielpijn geven, soms met uitstraling naar de voetzool of tenen. Dit is niet de meest voorkomende oorzaak van hielpijn, maar kan vooral relevant zijn wanneer gebruikelijke verklaringen ontbreken.

Nervus tibialis posterior en zenuwtakken richting de hiel

De nervus tibialis posterior splitst zich rond de hiel in verschillende zenuwtakken. Irritatie van deze zenuwtakken kan klachten in de hiel, voetzool of tenen geven.

Wanneer is onderzoek zinvol?

Onderzoek is vooral zinvol wanneer u pijn heeft bij het afwikkelen van de voet, wanneer de grote teen tijdens lopen stijf aanvoelt, of wanneer voet-, enkel- of hielklachten steeds terugkomen zonder duidelijke oorzaak. Een podotherapeut kan beoordelen of er sprake is van functionele hallux limitus en of de lange buigpees van de grote teen hierbij een rol speelt.

Hoe wordt een probleem met de lange buigpees vastgesteld?

Een probleem met de lange buigpees van de grote teen wordt meestal vastgesteld met een combinatie van lichamelijk onderzoek en, als dat nodig is, aanvullend onderzoek zoals een röntgenfoto, echo, MRI-scan of voetdrukmeting. Welk onderzoek zinvol is, hangt af van uw klachten en van wat de specialist tijdens het onderzoek ziet.

Bij functionele hallux limitus is vooral belangrijk dat de grote teen niet alleen in rust wordt onderzocht, maar ook in een stand die lijkt op staan en lopen. De teen kan namelijk ontspannen nog goed bewegen, terwijl de beweging onder belasting juist duidelijk beperkt raakt.

Lichamelijk onderzoek

Tijdens het lichamelijk onderzoek kijkt de specialist naar de beweeglijkheid van de grote teen, de stand van de voet en de manier waarop de voet wordt belast. Ook wordt vaak beoordeeld hoe u loopt en hoe de voet over de grote teen afwikkelt.

De specialist kan onder andere letten op:

Test van de lange buigpees van de grote teen

Een belangrijke test is het vergelijken van de beweging van de grote teen in twee verschillende standen. Eerst wordt de grote teen omhoog bewogen terwijl de voet ontspannen naar beneden hangt. Daarna wordt de enkel in een stand gebracht die meer lijkt op staan, waarna opnieuw wordt gekeken hoe ver de grote teen omhoog kan bewegen.

Als de grote teen in ontspannen stand goed beweegt, maar in de belaste of nagebootst belaste stand duidelijk minder goed omhoog komt, past dat bij een functionele hallux limitus. Dit betekent dat de beperking vooral zichtbaar wordt wanneer de voet wordt gebruikt zoals tijdens staan of lopen.

Test van de lange buigpees van de grote teen

Bij de test wordt de beweging van de grote teen vergeleken met de enkel in een ontspannen stand en in een stand die meer lijkt op staan en lopen.

Beweging van het grote teengewricht bij een strakke buigpees

Bij een functionele hallux limitus kan het grote teengewricht onder belasting minder goed omhoog bewegen. Het voorste kootje van de grote teen kan deze beperking gedeeltelijk proberen te compenseren.

Windasmechanisme van de voet

Wanneer de grote teen omhoog beweegt, spant de peesplaat onder de voet aan. Daardoor wordt de voetboog iets hoger en steviger. Dit wordt het windasmechanisme genoemd. Dit mechanisme helpt de voet om tijdens het lopen soepel te bewegen en tegelijk voldoende stabiliteit te geven bij het afzetten.

Als de lange buigpees van de grote teen te strak staat of onvoldoende glijdt, kan het omhoog bewegen van de grote teen moeilijker worden. Daardoor kan ook het windasmechanisme minder goed werken. Dit kan invloed hebben op de afwikkeling van de voet.

Voet voor het activeren van het windasmechanisme

Voet met omhoog gebogen grote teen bij het windasmechanisme

Wanneer de grote teen omhoog beweegt, wordt de voetboog door het windasmechanisme iets hoger en steviger.

Voetspiegel en eeltplekken

Met een voetspiegel kan worden bekeken welke delen van de voetzool meer druk krijgen. Bij een functionele hallux limitus rolt de voet soms minder goed over de grote teen af. Daardoor kan de druk meer naar de buitenzijde van de voet verschuiven.

Voetspiegel voor het beoordelen van de belasting onder de voet

Met een voetspiegel kan worden bekeken hoe de belasting onder de voet is verdeeld.

Eeltvorming onder de voet

Eelt ontstaat vaak op plaatsen waar langdurig meer druk of wrijving is. Bij een beperkte afwikkeling over de grote teen kan de verdeling van eelt onder de voet daarom aanwijzingen geven over het looppatroon.

Eeltvorming bij een functionele hallux limitus

De verdeling van eelt onder de voet kan informatie geven over plaatsen waar meer druk of wrijving ontstaat.

Jubelteen

Wanneer het grote teengewricht tijdens lopen onvoldoende beweegt, kan het laatste kootje van de grote teen soms meer omhoog gaan staan. Dit wordt ook wel een jubelteen genoemd. Het is een mogelijke compensatie voor de beperkte beweging in het grote teengewricht.

Jubelteen bij een functionele hallux limitus

Bij een jubelteen staat het laatste kootje van de grote teen meer omhoog.

Zwelling bij het grote teengewricht

Soms is er ook een verdikking of zwelling boven op het grote teengewricht zichtbaar. Dit kan passen bij irritatie of beginnende veranderingen van het gewricht. Een specialist beoordeelt dan of de klacht vooral functioneel is, of dat er ook aanwijzingen zijn voor structurele stijfheid of artrose.

Zwelling boven op het grote teengewricht

Een zwelling of verdikking aan de bovenzijde van het grote teengewricht.

Beeldvormend onderzoek

Als het lichamelijk onderzoek daar aanleiding toe geeft, kan aanvullend onderzoek helpen om de oorzaak beter te beoordelen.

Röntgenfoto

Een röntgenfoto laat vooral de stand van de botten en eventuele slijtage van het grote teengewricht zien. De lange buigpees zelf is op een röntgenfoto niet zichtbaar.

Röntgenfoto bij functionele hallux limitus

Op een röntgenfoto kan onder andere de stand van het eerste middenvoetsbeentje worden beoordeeld.

Echo van de lange buigpees

Met een echo kan de lange buigpees van de grote teen beter worden bekeken dan met een röntgenfoto. Op een echo zijn namelijk niet alleen botten zichtbaar, maar ook weke delen zoals pezen, zenuwen, vocht en irritatie rond een pees.

Een belangrijk voordeel van echografie is dat het onderzoek dynamisch kan worden uitgevoerd. Dat betekent dat de grote teen tijdens het onderzoek kan worden bewogen. De echografist kan dan beoordelen of de lange buigpees soepel door de tunnel achter in de enkel glijdt, of dat de pees ergens lijkt vast te lopen.

Bij klachten die passen bij functionele hallux limitus kan echografie helpen om te kijken of de lange buigpees verdikt is, of er vocht of irritatie rond de pees aanwezig is, en of er aanwijzingen zijn voor druk op structuren in de tarsale tunnel. Dit kan belangrijk zijn wanneer de grote teen in rust nog goed beweegt, maar tijdens staan of lopen stijf aanvoelt.

Een echo van de lange buigpees is wel een specialistisch onderzoek. De afwijking kan subtiel zijn en is niet altijd zichtbaar als er alleen stilstaande beelden worden gemaakt. Daarom is ervaring met echografie van de voet en enkel belangrijk, vooral wanneer het onderzoek wordt gebruikt om het glijden van de pees tijdens beweging te beoordelen.

De uitslag van de echo wordt altijd samen bekeken met het lichamelijk onderzoek en het looppatroon. Een echo kan dus helpen om de oorzaak van de klachten beter te begrijpen, maar staat nooit helemaal los van wat er tijdens het onderzoek van de voet wordt gevonden.

Meer over echografie

Via de onderstaande knop leest u meer over echografisch onderzoek van voet en enkel.

Lees meer

MRI-scan van de enkel

Een MRI-scan kan worden gebruikt om de verschillende structuren aan de achterzijde van de enkel goed in beeld te brengen. Denk daarbij aan pezen, zenuwen, botten, gewrichtskapsel, vocht, littekenweefsel of andere afwijkingen die met gewoon onderzoek niet altijd zichtbaar zijn.

Bij een mogelijke beperking van de lange buigpees van de grote teen kan een MRI-scan vooral helpen om de omgeving van de pees te beoordelen. De scan kan bijvoorbeeld laten zien of er sprake is van zwelling, irritatie, een botvariant of veranderingen achter in de enkel.

Een belangrijk nadeel is dat een MRI-scan een stilstaand onderzoek is. De voet en enkel liggen tijdens de scan helemaal stil. Daardoor kan een MRI meestal niet laten zien of de lange buigpees tijdens beweging goed glijdt of juist ergens vastloopt. Voor het beoordelen van de beweging van de pees is een dynamische echo vaak geschikter.

EMG bij mogelijke zenuwklachten

In zeldzame gevallen kan een EMG worden aangevraagd. EMG staat voor elektromyografie. Met dit onderzoek kan worden gekeken naar de functie van zenuwen en spieren.

Dit onderzoek kan zinvol zijn wanneer er klachten zijn die aan zenuwirritatie doen denken, zoals tintelingen, branderige pijn, een doof gevoel of uitstralende pijn naar de voetzool of tenen. Rond de binnenzijde van de enkel lopen kleine zenuwen dicht bij de lange buigpees van de grote teen.

Een EMG van de voet is technisch lastig. De zenuwen in de voet zijn klein en liggen dicht bij elkaar. Daardoor kan het voorkomen dat het onderzoek geen duidelijke afwijking laat zien, terwijl iemand toch klachten ervaart. De uitslag moet daarom altijd samen met het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek worden beoordeeld.

Voetdrukmeting tijdens lopen

Met een voetdrukmeting wordt bekeken hoe de druk tijdens staan of lopen over de voetzool wordt verdeeld. Dit kan nuttig zijn wanneer de afwikkeling van de voet niet goed verloopt of wanneer de grote teen tijdens het lopen onvoldoende omhoog komt.

Bij functionele hallux limitus kan de drukverdeling veranderen. Soms wordt de grote teen juist zwaarder belast, terwijl het eerste middenvoetsbeentje minder goed meedoet. In andere gevallen wordt de druk meer naar de buitenzijde van de voorvoet verplaatst, omdat het lichaam probeert de beperkte beweging van de grote teen te omzeilen.

Een voetdrukmeting stelt op zichzelf geen diagnose, maar kan wel waardevolle aanwijzingen geven over het looppatroon. Samen met lichamelijk onderzoek, beoordeling van de grote teen onder belasting en eventueel beeldvorming kan dit helpen om beter te begrijpen waarom het afwikkelen pijn doet of moeizaam verloopt.

Voetdrukmeting bij een functionele hallux limitus

In dit voorbeeld is te zien dat de grote teen sterker wordt belast dan het eerste middenvoetsbeentje. Een hogere belasting wordt vaak met een warmere kleur weergegeven. De exacte betekenis van de kleuren hangt af van het gebruikte meetsysteem.

Welke onderzoeken zijn nodig?

Niet iedereen met een stijve grote teen of pijn bij het afwikkelen heeft een MRI-scan, EMG of voetdrukmeting nodig. De keuze voor aanvullend onderzoek hangt af van de klachten, het lichamelijk onderzoek en de vraag of er aanwijzingen zijn voor peesproblemen, zenuwirritatie, artrose of een afwijkend looppatroon. Een gespecialiseerde voet- en enkelzorgverlener kan beoordelen welk onderzoek in uw situatie zinvol is.

Beoordeling in een voet- en enkelexpertisepraktijk

Onze zorgverleners in de voet- en enkelexpertisepraktijken onderzoeken niet alleen de grote teen zelf, maar ook de stand van de voet, de belasting onder de voet en het looppatroon. Door de grote teen zowel ontspannen als onder belasting te beoordelen, kan beter worden vastgesteld of er sprake is van functionele hallux limitus.

Als de klacht complex is of wanneer aanvullend oordeel nodig is, kan de zorgverlener laagdrempelig overleggen met een gespecialiseerde orthopedisch chirurg, bijvoorbeeld met echobeelden of een filmpje van de voet. Zo ontstaat een zorgvuldige diagnose en een behandelplan dat past bij uw voetklacht.

Behandeling van een te strakke buigpees zonder operatie

Bij een te strakke of minder goed glijdende lange buigpees van de grote teen wordt meestal eerst gekozen voor een behandeling zonder operatie. Dit wordt ook wel een conservatieve behandeling genoemd. Het doel is om de beweging van de grote teen tijdens staan en lopen te verbeteren, de druk op de voet beter te verdelen en pijn bij het afwikkelen te verminderen.

Welke behandeling het meest geschikt is, hangt af van de oorzaak van de beperking. Bij de ene patiënt speelt vooral spanning of irritatie van de lange buigpees een rol. Bij een ander is de stand van de achtervoet, het onderste spronggewricht, het looppatroon of zenuwirritatie belangrijker. Daarom begint een goede behandeling altijd met zorgvuldig onderzoek.

Mogelijke behandelingen zonder operatie

Rekoefeningen voor de grote teen

Wanneer de lange buigpees achter in de enkel minder goed glijdt, kunnen gerichte oefeningen soms helpen om de pees soepeler te laten bewegen. Deze oefeningen zijn vooral bedoeld om de beweeglijkheid van de grote teen en de peesgeleiding te verbeteren.

Het is belangrijk dat deze oefeningen op de juiste manier worden uitgevoerd. Te hard of te vaak rekken kan de klachten juist irriteren. Laat daarom bij voorkeur eerst beoordelen welke oefening bij uw situatie past en hoe intensief u deze mag doen.

Oefening met een kleine bal voor de lange buigpees van de grote teen

Rol uw voet over een kleine bal, van de hiel naar de teen en van de teen naar de hiel.

Oefening waarbij de grote teen omhoog wordt gebogen op een boek

Ga op één been staan met uw grote teen omhoog gebogen op een boek. Zak vervolgens langzaam door uw knie en kom weer omhoog.

Oefening van de grote teen tegen een harde steun

Ga op een stoel zitten met uw grote teen omhoog gebogen tegen een harde steun. Duw vervolgens uw knie naar voren.

Mobilisatie van het onderste spronggewricht

Het onderste spronggewricht ligt in de achtervoet, tussen het sprongbeen en het hielbeen. Dit gewricht helpt de voet om zich aan te passen aan de ondergrond en speelt mee in de manier waarop de voet afwikkelt.

Als dit gewricht minder goed beweegt, kan dat invloed hebben op de spanning van de lange buigpees en op de beweging van de grote teen tijdens lopen. Een gespecialiseerde fysiotherapeut kan proberen het onderste spronggewricht met mobilisatietechnieken beweeglijker te maken. Dit kan onderdeel zijn van een bredere behandeling, vaak in combinatie met oefeningen en eventueel steunzolen.

Steunzolen bij een te strakke buigpees

Steunzolen kunnen worden gebruikt om de stand en functie van de voet tijdens lopen te beïnvloeden. Bij functionele hallux limitus is het doel meestal niet om de grote teen simpelweg vast te zetten, maar om de voet zo te ondersteunen dat de grote teen beter kan meebewegen tijdens het afwikkelen.

Een gespecialiseerde podoloog of podotherapeut kan beoordelen welke zoolcorrectie hierbij past. Soms wordt de achtervoet zo ondersteund dat de voet stabieler afwikkelt, terwijl het eerste middenvoetsbeentje meer ruimte krijgt om goed mee te bewegen. Daardoor kan de spanning op de lange buigpees verminderen en kan de afzet over de grote teen makkelijker verlopen.

De exacte zoolopbouw verschilt per persoon. Een steunzool moet daarom worden afgestemd op het onderzoek, het looppatroon en de plek waar de klachten ontstaan. Als de pijn duidelijk is afgenomen, kan soms worden overgestapt naar een eenvoudiger onderhoudszooltje om het bereikte resultaat te behouden.

Voorbeeld van een steunzool bij voetklachten

Voorbeeld van een steunzool.

Nachtspalk bij zenuwirritatie in de tarsale tunnel

Soms gaat een te strakke of geïrriteerde lange buigpees samen met prikkeling van een zenuw aan de binnenzijde van de enkel. Dit gebied wordt de tarsale tunnel genoemd. Klachten kunnen dan bestaan uit tintelingen, branderige pijn, een doof gevoel of uitstraling naar de voetzool, hiel of tenen.

Wanneer zenuwirritatie meespeelt, kan een nachtspalk soms helpen. De spalk houdt de voet en enkel tijdens het slapen in een rustige stand, waardoor er minder rek of druk op de zenuw kan komen. Of een nachtspalk zinvol is, hangt af van het onderzoek en van het soort klachten.

Wanneer naar een voet- en enkelexpertisepraktijk?

Beoordeling door onze zorgverleners in een expertisepraktijk is zinvol wanneer de grote teen tijdens lopen stijf aanvoelt, wanneer afwikkelen pijn doet of wanneer klachten blijven terugkomen ondanks oefeningen, schoenadvies of eerdere steunzolen. Door de grote teen, de lange buigpees, de achtervoet en het looppatroon samen te beoordelen, kan gerichter worden gekozen voor de behandeling die bij uw voetklacht past.

Operatie bij een te strakke buigpees van de grote teen

Wanneer behandelingen zonder operatie onvoldoende helpen, kan in sommige gevallen een operatie worden overwogen. Dit gebeurt niet bij iedere vorm van functionele hallux limitus. Een operatie is vooral bedoeld voor patiënten bij wie de lange buigpees van de grote teen onvoldoende ruimte heeft of niet goed door de tunnel achter in de enkel glijdt.

Het doel van de operatie is om de pees weer soepeler te laten bewegen. Daardoor kan de grote teen tijdens staan en lopen mogelijk beter omhoog komen. Dit kan helpen bij pijn of stijfheid tijdens het afwikkelen van de voet. Of een operatie zinvol is, hangt altijd af van zorgvuldig onderzoek en van de oorzaak van de klachten.

Wanneer wordt een operatie overwogen?

Een operatie wordt meestal pas besproken wanneer behandelingen zoals oefeningen, fysiotherapie, schoenadvies of steunzolen onvoldoende resultaat geven. Ook moet er een duidelijke aanwijzing zijn dat de lange buigpees zelf een belangrijke rol speelt bij de beperking van de grote teen.

Bij twijfel kan aanvullend onderzoek, zoals een dynamische echo of MRI-scan, helpen om de pees en de ruimte achter in de enkel beter te beoordelen. De operatie is dus geen standaardbehandeling voor elke stijve grote teen, maar een gerichte behandeling voor een specifieke oorzaak.

Hoe verloopt de kijkoperatie?

De operatie wordt meestal uitgevoerd als een kijkoperatie aan de achterzijde van de enkel. Dit wordt ook wel een endoscopische behandeling genoemd. De ingreep kan plaatsvinden onder narcose of met een ruggenprik. Tijdens de operatie ligt u op uw buik.

De specialist maakt twee kleine sneetjes aan de achterkant van de enkel. Via één opening wordt een kleine kijkbuis ingebracht. Via de andere opening kunnen kleine instrumenten worden gebruikt. Met spoelvloeistof wordt ruimte gemaakt, zodat de structuren achter in de enkel goed zichtbaar zijn.

Als er overtollig weefsel, littekenweefsel of irritatie rond de lange buigpees aanwezig is, kan dit worden verwijderd. Soms kan de doorgang waar de pees doorheen loopt iets ruimer worden gemaakt. Hierdoor krijgt de lange buigpees meer ruimte om heen en weer te glijden.

Hoe lang duurt de operatie?

De operatie duurt meestal ongeveer een half uur. Daarna worden de kleine wondjes gehecht en krijgt u een drukverband om de enkel. De behandeling vindt meestal plaats in dagbehandeling. Dat betekent dat u dezelfde dag weer naar huis kunt als u zich goed voelt.

Meestal bent u één tot twee uur vóór de operatie aanwezig. Na de ingreep blijft u nog enige tijd ter controle. Als alles goed gaat, kunt u doorgaans ongeveer twee uur na de operatie weer naar huis.

Meer over de kijkoperatie

Via de onderstaande knop leest u uitgebreider over de kijkoperatie aan de achterzijde van de enkel.

Lees meer

Direct na de operatie

Na de operatie krijgt u meestal een platte revalidatieschoen. Daarmee mag u voorzichtig lopen. In de eerste periode is het verstandig om krukken te gebruiken, zodat u de enkel gecontroleerd kunt belasten.

Krukken meenemen

Neem zelf krukken mee naar de kliniek. Deze krijgt u meestal niet standaard mee vanuit de behandelkamer.

Doorlekken van het verband

Het drukverband kan na de operatie wat doorlekken. Tijdens de kijkoperatie wordt spoelvloeistof gebruikt. Na de ingreep kan een deel van dit vocht, vermengd met wat bloed, via de wondjes naar buiten komen. Daardoor kan het lijken alsof het verband flink bloedt, terwijl het vaak ook om spoelvloeistof gaat.

Als het verband doorlekt, kunt u een extra verband over het bestaande verband aanbrengen. Verwijder het oorspronkelijke drukverband niet zelf, tenzij u hierover andere instructies heeft gekregen van de kliniek.

Herstel na de operatie

Na de kijkoperatie heeft de enkel tijd nodig om te herstellen. Hoe snel het herstel gaat, verschilt per persoon. Dat hangt onder andere af van de ernst van de klachten, uw leeftijd, uw werk, uw algemene conditie en de sport of activiteiten die u wilt hervatten.

Het herstel is erop gericht om de enkel weer soepel te laten bewegen, de balans te verbeteren en de voet en enkel stap voor stap normaal te belasten. Het is belangrijk dat u de adviezen van de specialist en fysiotherapeut goed opvolgt.

Wanneer begint de fysiotherapie?

Vanaf ongeveer de vijfde dag na de operatie kan fysiotherapie worden gestart, tenzij uw specialist iets anders adviseert. De belasting wordt daarna geleidelijk opgebouwd.

Fysiotherapie en belasting opbouwen

De oefeningen zijn bedoeld om de beweging van de enkel en grote teen weer op gang te brengen, de balans te herstellen en de spieren van de enkel en het onderbeen sterker te maken.

De belasting wordt geleidelijk opgebouwd. Eerst ligt de nadruk vaak op bewegen en rustig belasten. Daarna wordt gewerkt aan kracht, stabiliteit, looppatroon en terugkeer naar werk of sport. De snelheid van opbouwen verschilt per patiënt.

De eerste drie maanden geen steunzolen

In de eerste drie maanden na de operatie wordt vaak geadviseerd om geen steunzolen te dragen, tenzij uw behandelaar anders aangeeft. De voet en enkel moeten eerst herstellen en opnieuw leren bewegen. Daarna kan beter worden beoordeeld of een steunzool nog nodig is.

Na ongeveer drie maanden kan een gespecialiseerde voet- en enkelzorgverlener beoordelen of ondersteuning met een steunzool zinvol is en hoe deze het beste kan worden opgebouwd. Het doel is dan om de afwikkeling van de voet te ondersteunen zonder de herstelde beweging van de grote teen onnodig te blokkeren.

Gemiddelde hersteltijden

Onderstaande hersteltijden zijn een indicatie. Het herstel kan per persoon verschillen, afhankelijk van individuele omstandigheden zoals de ernst van de klachten, uw leeftijd, uw werkzaamheden en sportactiviteiten.

Verblijf in het ziekenhuis
In de meeste gevallen Dagbehandeling
Bij rust hoog houden van de voet
In de meeste gevallen 14 dagen
Drukverband
In de meeste gevallen 5 dagen
Hechtingen verwijderen
In de meeste gevallen Geen, zelfoplosbare hechtingen
Fysiotherapie
In de meeste gevallen Vanaf ongeveer dag 5 na de operatie
Ziekteverlof werk
Zittend werk 1-2 weken na de operatie
Staand werk 6-12 weken na de operatie
Zwelling van de voet
In de meeste gevallen 4 weken na de operatie
Schoeisel
Platte revalidatieschoen Vanaf dag 1
Wijde geveterde schoen Ongeveer tot 4 weken na de operatie
Normale schoen Zodra deze weer past
Resultaat van de operatie
Goed 2 maanden na de operatie
Beter 4 maanden na de operatie
Best 6 maanden na de operatie

Mogelijke complicaties van de operatie

Bij iedere operatie kunnen complicaties optreden. De specialist probeert de kans hierop zo klein mogelijk te houden, maar complicaties kunnen niet volledig worden uitgesloten.

De meest voorkomende complicaties, zoals deze in de bestaande informatie worden beschreven, zijn:

  • vertraagde wondgenezing en een oppervlakkige of diepe wondinfectie: 1-2%;
  • een pijnlijk litteken of een doof gevoel rond het litteken. Tijdens de operatie kunnen kleine zenuwtakjes van de huid worden geraakt. Soms komt het gevoel terug, wat tot ongeveer 1,5 jaar kan duren. Soms blijft de huid wat dover aanvoelen;
  • pijnklachten van de achillespees en/of hiel. Deze klachten zijn meestal tijdelijk en komen bij 5% van de patiënten voor;
  • onvoldoende vermindering van de pijn en/of andere klachten.

Veelgestelde vragen over een te strakke buigpees van de grote teen

Wat is een functionele hallux limitus?

Bij functionele hallux limitus beweegt de grote teen in rust vaak nog redelijk goed. De bewegingsbeperking ontstaat vooral wanneer de voet wordt belast tijdens staan, lopen of afzetten. De grote teen kan dan minder goed omhoog bewegen dan nodig is voor een normale afwikkeling.

Heeft u klachten bij het bewegen van uw grote teen?

Een stijve of pijnlijke grote teen tijdens het lopen kan verschillende oorzaken hebben. Door de grote teen, de lange buigpees, de stand van de voet en het looppatroon samen te beoordelen, kan worden onderzocht welke oorzaak bij uw klachten past.

Waar kunt u terecht?

Bekijk onze locaties en specialisten voor onderzoek en behandeling van voet- en enkelklachten.

Maak een afspraak voor een consult

Over drs. W. Metsaars

Over dokter Metsaars

Drs. W. Metsaars is een ervaren orthopedisch chirurg die sinds 2013 volledig gespecialiseerd is in voet- en enkelklachten. Zij heeft uitgebreide expertise opgebouwd en behandelt patiënten met uiteenlopende voet- en enkelproblemen, zowel uit Nederland als internationaal.

Lees meer

Onze patiënten aan het woord

Bekijk alle ervaringen

  • Ervaring van Hans

    Na een complexe ingreep en intensief herstel kan ik weer normaal lopen. Mijn enkel voelt als herboren.

  • Ervaring van Suzan

    Twee operaties in één keer, alles tot in de puntjes geregeld. Zelfs de operatiedag zelf voelde verrassend prettig.

  • Ervaring van Annejet

    Na een succesvolle operatie aan beide voeten heb ik onlangs een marathon gerend. Alles is goed gegaan en ik ben blij!

  • Ervaring van Jacob

    Na de operatie geen ontsteking of pijn meer. Zeer tevreden over de persoonlijke en deskundige zorg die ik heb ontvangen.

  • Ervaring van Eric

    Na jaren weer pijnvrij wandelen, zonder beperkingen. Zelfs mijn fysiotherapeut is onder de indruk van het herstel.

  • Ervaring van Paulien

    Na drie operaties ben ik altijd pijnvrij geholpen met nauwelijks zichtbare littekens. De orthopedisch chirurg en het team zijn top!

  • Ervaring van Clara

    Zonder pijn en met topzorg hersteld van hallux valgus. Inmiddels weer aan het trainen voor de Dam-tot-Damloop!

  • Ervaring van Joke Wesseling

    Zeer geslaagde operatie, nauwelijks pijn gehad. Heldere begeleiding en goede service. Ik liep direct weer op gewone schoenen.

  • Ervaring van Yvonne

    Na veel omwegen eindelijk geholpen. De ingreep werkte wél en ik ben nu vrijwel pijnvrij. Herstel gaat de goede kant op.

arrow_circle_left arrow_circle_right

Veelgestelde vragen

Bekijk meer vragen

Zijn alle zorgverleners in het diagnosecentrum paramedisch hoog opgeleid?

Ja, alle zorgverleners zijn paramedisch hoog opgeleid gespecialiseerd in voet- en enkelklachten.

Consult aanvragen Consult aanvragen